Bart Wuyts (SPK): De Kempen wordt duurzame topregio
maandag, 08 februari 2010 08:12
Je struikelt steeds vaker in de media over het woord ‘duurzaamheid’. Waarschijnlijk omdat het op de meest uiteenlopende terreinen toepasbaar is. SPK, de Strategische Projectenorganisatie Kempen, wilt in haar actieprogramma ‘Kempen Duurzaam’ daar een heel aantal van aanboren. Zo zou SPK de Kempen in een aantal domeinen over enkele jaren naar voor willen schuiven als een voorbeeldregio voor heel Europa. De lat ligt hoog en de aanpak om daartoe te komen, is heel uniek.
“Project Koplopers moet zorgen voor internationale uitstraling”
Duurzaamheid… Het woord wordt te pas en te onpas gebruikt als een vlag die heel wat onbestemde ladingen dekt. Of zoals de Kempense schrijver Walter Van den Broeck het treffend omschrijft: “Duurzaamheid. Het verwondert me eigenlijk niet dat het niet in Van Dale voorkomt, want het is een erg bedrieglijk woord. Wie het gebruikt in verband met milieu en natuur stelt zich antropocentrisch, of voor mijn part zelfs pretentieus op. Hij zet de werkelijkheid op haar kop door zich boven de natuur te plaatsen, en in wezen te ontkennen dat hij er een piepklein deeltje van is en geen instantie die naast de natuur staat en haar op betere gedachten kan brengen. Hij doet denken aan het muisje dat samen met een olifant over een stalen brug loopt en piept: “WIJ kunnen nogal lawaai maken, hé?”. Deze beginpassage uit ’Het water aan de lippen’ is -niet toevallig- terug te vinden in het fraaie boek ‘De houdbaarheid van duurzaamheid’, dat de Strategische Projectenorganisatie Kempen (SPK) in 2009 naar aanleiding van haar twintigjarige bestaan uitgaf.
“Dat we die term kozen, is niet toevallig,” zegt streekmanager Bart Wuyts van SPK, “want als we op die twee decennia streekontwikkeling van het vroegere Strategisch Plan Kempen terugblikken blijkt dat ‘duurzaamheid’ daarin een beetje de rode draad was. Dus al lang voor er van die term in feite sprake was.”
“SPK heeft zich altijd toegelegd op lange termijnaspecten. Denk maar aan de Plato-bijeenkomsten voor ondernemingen of de ondersteuning van kansengroepen via sociaaleconomische initiatieven of welzijns- en zorgprojecten. Toen ik bijna drie jaar geleden vanuit Philips Lighting als streekmanager gedetacheerd werd, vatte ik het idee op om verder te werken rond die duurzaamheid.”
Wat is duurzaamheid?
“Duurzaamheid is inderdaad een heel ruim begrip dat al te vaak te eng vereenzelvigd wordt met klimaat en ecologie. Zeker nu in deze tijden van de klimaattop in Kopenhagen (dit gesprek vond plaats in december 2009, red.). Dat is zeker van gigantisch belang, maar ‘duurzaamheid’ is veel meer dan dat. Het houdt net zo goed de omgang met je medemens in, de omgang binnen een maatschappij, bedrijf of organisatie. En tegelijk betekent duurzaamheid ook de vraag hoe je toch economisch nieuwe ontwikkelingen kan mogelijk maken. Zo verenigt duurzaamheid toch de bekende drie ‘P’s, die van planet, people en profit.”
Die drie P’s vond Bart Wuyts ook in de Kempen terug. “De Kempen is de streek bij uitstek die zich hiertoe leent”, zegt hij overtuigd. “Het is in de eerste plaats een groene regio met belangrijke natuurwaarden. Bovendien hebben de Kempen een eeuwenlange traditie op het vlak van zorg voor de medemens. Denk maar aan de legendarische gezinsverpleging in Geel of de vier gevangenissen in de Noorderkempen. Ook is de Kempen bij uitstek een regio van dorpen. Dat gebruik ik niet negatief. Dorpen hebben juist een grote kracht van sociaal contact, ook al doen we daar vaak veel te bescheiden over. En ook economisch gezien heeft deze streek een aantal troeven.”
“Nogal wat bedrijven zijn met innovatietechnologie bezig. Dat is gestart bij SPK en later voortgezet door VITO in Mol. Maar ook bij heel wat bedrijven zit heel wat knowhow verzameld. Denk maar aan Umicore met recyclingprojecten, Philips in Turnhout met nieuwe en energievriendelijke lichttechnologieën of aan het pionierswerk bij Janssen Pharmaceutica. De Kempen is een typische bouwregio en daarin vervult Kamp C in Westerlo een voortrekkersrol.”
Troeven op tafel
Het is een bizarre vaststelling, maar precies die aspecten van de Kempen die bij buitenstaanders gewoonlijk een meewarige glimlach opwekken -de stille Kempen met hard zwoegende inwoners die lief zijn voor elkaar- speelt Bart Wuyts als sterktepunten uit. “Ja, ik zie dat als kwaliteiten, en we moeten al die kwaliteiten nu als troeven zien uit te spelen. Tegelijk moeten we die zien te versterken op die terreinen. Dat is de achtergrond van ‘Kempen Duurzaam’. We willen proberen om in tien jaar tijd nieuwe activiteiten uit te bouwen en om zo een sterkere kennisregio te worden. We moeten werken aan een groene, duurzame economie. Anders worden we als Kempen op termijn te kwetsbaar. De elementen zijn in de streek allemaal al aanwezig, maar we moeten die verder uitbouwen.”
De ambities van Kempen Duurzaam liggen hoog. Kort geschetst is het de bedoeling om enerzijds de Kempen als kennisregio te versterken, en anderzijds om nieuwe activiteiten te ontwikkelen en toe te passen in de eigen streek, zodat de Kempen uitgroeit tot een voortrekker en voorbeeldregio. En liefst een topregio waarnaar de rest van Europa op het vlak van duurzaamheid opkijkt.
“Ja, we leggen de lat bijzonder hoog, maar de Kempen ontbreekt het nog veel te vaak aan ambitie. ’Doe maar gewoon, dat is al zot genoeg’, in die zin. Maar daar bereik je eigenlijk niks mee. Pas door de lat hoog te leggen, ga je mensen inspireren en motiveren, meetrekken in je verhaal en hen mobiliseren om er mee hun schouders onder te zetten.”
“Ik besef goed genoeg dat dit enig scepticisme kan creëren, maar iemand moet z’n nek uit durven steken. De Kempen moet haar positie en economische kracht veilig stellen. We moeten af van die Calimero-houding. Want door onszelf een tweederangsrol toe te dichten, gaan we ons ook daarnaar richten. Het is een selffulfilling prophecy.”
Allemaal goed en wel, maar een voorbeeldregio worden, hoe doe je dat? “Te veel initiatieven in die zin zijn gedoemd om te mislukken omdat ze van bovenaf door een of andere overheid worden opgelegd. We wilden daarom van onderuit, bottom-up, werken. We gingen op zoek naar ervaren mensen uit verschillende domeinen die dat in gang wilden zetten. Mensen die zich herkennen in die ambitie en bereid zijn zelf de handen uit de mouwen te steken. Is dat naïef? Nee, want bij velen bestaat een grote motivatie om iets te ondernemen, maar ze weten vaak niet hoe ze eraan moeten beginnen. Het opzet was dus om koplopers te vinden met de meest uiteenlopende achtergronden die elk voor een stuk hun bedrijf, organisatie of gemeente vertegenwoordigen. Op die manier krijgen we tegelijk hun achterban mee.”
Koplopers trekken erop uit
En zo startte ‘Kempen Duurzaam’ afgelopen zomer met een veertigtal mensen met verschillende achtergronden onder de vleugels van SPK. Ze kwamen uit zowel de politieke wereld als de economische, uit zowel de cultuur- als de natuursector, zowel uit welzijns- als uit landbouwmiddens.
“Het waren bijna allemaal mensen uit de Kempen zelf, maar opvallend was dat de meesten elkaar helemaal niet kenden. We zijn intussen zes maanden en vier bijeenkomsten verder. Niet iedereen keerde op al die vergaderingen terug, maar we zagen ook wel telkens nieuwe gezichten aanpikken.”
Tijdens de startontmoeting midden juni in de Turnhoutse Warande werkten de deelnemers een ontwikkelingsvisie uit. In de tweede sessie eind augustus in de Veiling in Hoogstraten stelde Bart Wuyts het concept van de Vuurtorenprojecten voor. “Dat is een project dat toonbaar een bepaald aspect van een duurzame Kempen in het licht stelt en zoveel uitstraling heeft - ook op niet-Kempenaars - dat het aanstekelijk werkt en aanzet tot verdere stappen op vlak van duurzaamheid.”
Meteen gingen er zes werkgroepen aan de slag. Die projectclusters kregen eind oktober in de gebouwen van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) in Herentals verder gestalte, waardoor er acht Vuurtorenprojecten uit de bus kwamen. Die werden nog verder uitgewerkt tijdens de recentste bijeenkomst begin december in het Landschapspark De Liereman in Oud-Turnhout.
Vuurtorenprojecten
“Het opzet van de Vuurtorenprojecten is om die acht projectideeën met een grote zichtbaarheid en uitstraling uit te werken. Dat moet ook aanstekelijk werken buiten de Kempen. Het gaat hier niet om neuzelen in de marge. Uniek is de atypische werkwijze: we starten niet met een focus op experten die ons tijdens groepssessies komen voorhouden hoe we het moeten aanpakken, maar we gaan zelf actief aan de slag met creatieve formats. We verbinden zo engagement aan concrete projecten.”
“Op die manier konden we begin december in enkele van die clusters toch al concrete plannen maken. Dat geldt zeker niet voor alle Vuurtorenprojecten. Maar er bestaat een groot enthousiasme over onze aanpak. Het zijn zeker niet louter praatgroepen, al willen we later zeker nog af en toe een expert in een bepaald domein uitnodigen. Het hoeft ook niet te stoppen bij deze Vuurtorenprojecten. Er kan later nog altijd een visievorming uit voortvloeien. Daar zijn we bewust niet mee gestart, want dan zouden veel deelnemers meteen afhaken omdat het veel te theoretisch is.”
“Een redelijk uniek project dat nogal wat interesse opwekt, is ‘stilte in de Kempen’ als een kracht in de regio. Daar is onder andere Vormingplus Kempen al een tijdje mee bezig. Een ander pilootproject rond mobiliteit lanceerde Open Doek onlangs, waarbij het Turnhoutse filmfestival nadrukkelijk alternatieve vervoersmethodes introduceert.”
En hoe moet het verder?
“Het Koplopersproject wil een dynamiek creëren en alsmaar meer mensen betrekken. We zijn gestart met zo’n dertig tot veertig deelnemers en dat aantal is door afvallers en nieuwkomers ongeveer gelijk gebleven. Ieder is op zich bezig met duurzaamheid, zonder dat we normaal gezien die kruisbestuiving maken. We moeten dus zeker afstappen van de gewone politiek om geïsoleerd en ieder voor zich te blijven werken, en ‘ons geheim’ niet met anderen te delen. Vooral bedrijven en kennisinstellingen hebben die neiging. Het is precies de bedoeling complementaire competenties te creëren.”
“Ik ben zeker niet ontevreden over de dynamiek die de voorbije zes maanden te merken was. De mensen blijven terugkomen. We hebben intussen ook een netwerkgroep op LinkedIn. Dat startte wat schoorvoetend, maar je ziet toch dat die netwerkvorming intussen gestalte krijgt. Die bottom-upwerkwijze zie je intussen ook internationaal steeds meer ontstaan. Als het vanuit de overheid moet komen, is het vaak te laat. Ook de internetnetwerken geven het aan, mensen organiseren zich steeds meer en vanuit verschillende hoeken. Dat is ook de reden waarom we onze bijeenkomsten telkens op een andere locatie houden, van de Warande in Turnhout, over de Veiling in Hoogstraten en de VLM in Herentals tot De Liereman in Oud-Turnhout.”
“Hopelijk blijft de dynamiek bestaan, want er is geen concrete timing gekleefd op het Koplopersproject of de verschillende Vuurtorenprojecten. We begonnen met de mensen zelf aan te spreken of ze interesse hadden in dit opzet, maar we staan echt wel open voor iedereen. De enige verwachting die we hebben is een positieve instelling. Kankeraars kunnen we hier wel missen.”
Een boeiend samenwerkingsverband
vertegenwoordigt Vormingplus Kempen in het Koplopersproject. Het verzamelt denkers en doeners uit de Kempen die projecten willen opzetten om de streek te laten uitgroeien tot een kennisregio rond duurzaamheid. Daarvoor moet niet alleen technische en technologische stappen gezet worden, maar zijn ook forse veranderingen in het gedrag van iedere burger en ieder bedrijf of organisatie nodig.
Op dit ogenblik staan 6 vuurtorenprojecten in de steigers: stilte als kwaliteit in de samenleving, ruilhandel en alternatieve economievormen, kennisregio worden over grondstoffen, een competitie opstarten rond lokale duurzaamheidsprojecten, concepten uitwerken voor het duurzaam organiseren van evenementen, duurzame strategieën uittekenen over vergrijzing.
Het is de bedoeling om dit jaar nog een aantal van deze projecten te concretiseren en aan het publiek voor te stellen.
Links
- de groep '' op LinkedIn