Anderstaligen oefenen Nederlands aan conversatietafels

Aan tafel!


Een tafel, 2 Nederlandstaligen, 4 anderstaligen en een gespreksonderwerp. Echt ingewikkeld kan je het concept van conversatietafels voor anderstaligen niet noemen. Allochtonen oefenen er, aanvullend op hun gewone lessen, extra spreekvaardigheden. Nele Vanderheyden van het Huis van het Nederlands vertelt ons waarom dat zo belangrijk is.

Het Huis van het Nederlands is een instantie die anderstaligen die Nederlands willen leren, doorverwijst naar het reguliere aanbod NT2, lessen Nederlands voor anderstaligen. Het Huis stemt ook de vraag en het aanbod aan Nederlandse taallessen op elkaar af.

Taal leren door praten

“Het was zo dat het Huis meer en meer signalen kreeg van anderstaligen”, vertelt Nele Vanderheyden. “Zij hadden nood aan extra oefenkansen. Na de eerste lessenreeks voelden ze wel dat ze de taal hadden geleerd. Maar als iemand ze aansprak op straat, of op de bus, schoten ze in paniek en vergaten ze alle leerstof. De anderstaligen wilden dus meer oefenen. Daar was een grote nood aan.”
In Antwerpen en Brussel bestonden de conversatietafels op dat moment al. “Er wordt een veilige omgeving gecreëerd om de taal te oefenen. Met een veilige omgeving, bedoel ik: een plek waar duidelijk en eenvoudig Nederlands wordt gepraat. Een plek waar herkansingen mogelijk zijn. Op het werk, op de straat en op de bus heeft men niet altijd het geduld als men elkaar niet onmiddellijk verstaat. Thuis oefenen, gebeurt ook niet altijd, want daar wordt vaak de moedertaal gepraat. Tenzij de anderstalige in een gemengd huwelijk zit, of kinderen heeft die naar school gaan.”
Een bijkomend voordeel aan de conversatietafels is het aspect van ontmoeting. “De anderstalige krijgt de kans om te spreken met een inwoner van zijn gemeente. Het is niet altijd eenvoudig om contact te leggen. Ook Nederlandstaligen starten met hen niet makkelijk een gesprek. Die koudwatervrees wordt zo overwonnen.”
De conversatietafel is dus een aanvullend aanbod voor mensen die de taal al op school hebben geleerd. De bedoeling is om met minder angst Nederlands te kunnen spreken. In de Kempen starten de conversatietafels op in Turnhout en in Geel.

Draagvlak in de Kempen

“Wij hebben de vraag gesignaleerd aan Vormingplus Kempen. Samen bekeken we wie we konden betrekken als organisator. Zo hebben we nu in de twee steden een stuurgroep met organisaties die van huis uit het idee een warm hart toedragen. In Turnhout maken daar Prisma, het Huis van het Nederlands, Dinamo, CVO Kempen, De Rank, de stedelijke Diversiteitscel, het Centrum voor Basiseducatie en Vormingplus Kempen deel van uit. In geel gaat het om Kreatief Geel en Laakdal, ACV Kempen, het Huis van het Nederlands, de Dienst Samenlevingsopbouw Geel, Vormingplus Kempen, CVO Kempen en de diversiteitsconsulente. Samen werken ze de conversatietafels uit voor hun stad, ze kiezen een aansprekende naam, een locatie, ze zorgen voor vrijwilligers, de promotie, ...

Koetjes en kalfjes

Praktisch gaat het als volgt in zijn werk: “Er staan aparte tafeltjes in een ruimte. Aan elke tafel zitten twee Nederlandstaligen, en vier anderstaligen. Zij voeren een conversatie over dingen die ze zelf aangeven. Het komt allemaal heel spontaan tot stand. Je kan ook een taalspelletje spelen zoals Pim Pam Pet, of praten over de actualiteit.”
Valt het gesprek stil? Daarvoor bood Vormingplus Mechelen de oplossing. “Die ontwikkelden een boekje met vragen die je kan stellen, of onderwerpen waarover je het kan hebben. Maar niets moet. Het moet allemaal heel vrijblijvend zijn. Sluit een onderwerp niet aan bij je interesses, of vind je het bij de buren interessanter? Dan mag je uiteraard wisselen van tafel.”
Maar die vrijheid wil niet zeggen dat alles kan. “Er wordt verwacht dat de anderstaligen een basiskennis hebben: ze moeten kennismakingsvragen kunnen stellen en beantwoorden, basiszinnen formuleren en antwoorden op vragen van mensen die traag en duidelijk spreken. Het niveau wordt niet getest, want de conversatietafels moeten zo laagdrempelig mogelijk zijn. Maar als het niveau van de anderstalige niet goed genoeg is, wordt hij doorgestuurd naar het Huis van het Nederlands. Na een aantal maanden mag hij dan terug komen proberen”, legt Nele Vanderheyden uit. “Meestal is er een leeftijdsgrens van 18 jaar. Kinderen jonger dan 18 hebben immers nog leerplicht. En er is ook altijd iemand van de organisatie aanwezig die erop let dat er wel degelijk Nederlands gepraat wordt.”
Aan de deelnemers wordt gevraagd om minimum een uur te blijven. “De duur van de sessies is afhankelijk van de plek waar het georganiseerd wordt. In Turnhout vinden de conversatietafels plaats tussen 19 en 21.30 uur. De anderstaligen mogen binnen en buiten lopen wanneer ze willen, ze moeten geen papieren voorleggen. Meestal komen ze van begin tot eind: met de vrijwilligers wordt afgesproken wanneer ze verwacht worden. De vrijwilligers daarentegen krijgen een schema wanneer ze mogen komen. Ze worden minstens één keer per maand gevraagd aanwezig te zijn.
Een echte vriendschap opbouwen tussen anderstalige en Nederlandstalige is niet de eerste bedoeling van de conversatietafels. “Het kan”, zegt Nele, “maar het is moeilijk. Er is een heel wisselend publiek bij de conversatietafels. Na een halfjaar zeggen de meeste anderstaligen: ‘Dat was exact wat ik nodig had, maar nu kan ik alleen verder.’ En dan komen er weer anderen in de plaats. Het is niet zo dat je altijd bij dezelfde vrijwilliger aan tafel zit. Het gaat hem echt om die conversatie. Trouwens, als je goed Nederlands kan, wordt het sowieso voor de anderstalige gemakkelijker om met andere Nederlandstaligen in contact te komen.”

Ruggengraat voor vrijwilligers

De vrijwilligers worden uiteraard gecoacht voor ze aan de conversatietafels beginnen. “Vormingplus, Het Huis van het Nederlands en Prisma bieden een vormingsmoment aan voor de vrijwilligers die zich hebben opgegeven. Daarin maken ze kennis met de NT2-sector die Nederlandse taal onderwijst. Zo kunnen ze een anderstalige met een te beperkt niveau van het Nederlands doorverwijzen naar het Huis van het Nederlands.
Er worden ook rollenspelen gedaan om te oefenen op de gesprekken. “We geven praktische tips en tricks mee. Mensen die beginnen hebben vaak de neiging om Tarzan-taal te praten: ‘ik naar buiten’, ‘jij naar school’. Dat proberen we eruit te krijgen. We oefenen ook om moeilijke woorden weg te laten als daarenboven, eveneens, sedertdien. Ook het dialect proberen we achterwege te laten. Dialectwoorden die vaak gebruikt worden, leggen we dan weer uit. Vaak beginnen mensen ook harder te roepen tegen anderstaligen. Die beginnersfoutjes proberen we eruit te halen.”
De vrijwilligers oefenen ook samen op het corrigeren. “Voor anderstaligen kan het heel demotiverend werken als je hen altijd verbetert. Dat proberen we dus op een subtiele manier te doen. Als ze een foute zin zeggen, zullen onze vrijwilligers die zin bijvoorbeeld in vraagvorm gecorrigeerd herhalen. Een anderstalige zegt bijvoorbeeld ‘hij fietsen’. Dan antwoordt de vrijwilliger: ‘Ah, hij fietst!’ De anderstalige apprecieert dat ook. Zij vinden het leuk dat ze op zo’n positieve manier de taal kunnen oefenen.”

De kracht van de tafel

Ondanks de inspanningen die ze leveren, krijgen de vrijwilligers ook heel veel van de conversatietafels terug, weet Nele. “De vrijwilligers zijn altijd enthousiaste en gedreven mensen. Ze zijn meestal heel erg geboeid door de motivatie van anderstaligen om Nederlands te leren. Ze vinden het vaak heel leuk om zoveel te horen van de verschillende culturen en andere landen.”
Cultuurverschillen zijn dan ook vaak het onderwerp van het gesprek. “Er is heel vaak verbazing over bepaalde culturele aspecten. Over het feit dat Belgen de gewoonte hebben om even te verwittigen voor je langskomt. Dat komt zeker naar boven. Dan wordt er gepraat over waarom je dat raar vindt. Hoe het er in het thuisland aan toe gaat.” Maar vaak worden ook heel veel gelijkenissen gevonden: “Als het gaat over het weer, de kindjes, de straat, merken de vrijwilligers en de anderstaligen dat die verschillen relatief zijn.”    
tekst: Marian Michielsen | foto's: Bart Van der Moeren

Zoek op deze site


© Vormingplus Kempen 2007-2010 Contact Graatakker 4, 2300 Turnhout.  Bel 014 41 15 65 of mail info@vormingpluskempen.be